Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vrouwelijke woorden op -e in den nominatief enkelvoud.

De vrouwelijke ó-, jd-, 7t'ó-, ï- en «-stammen zijn, op luttel uitzonderingen na, samengevallen. De verbuiging is :

Enkv. N. vrouwe. Meerv. N. vrouwen.

G. vrouwen. G. vrouwen.

D. vrouwen. D. vrouwen.

A. vrouwe. A. vrouwen.

Behooren hiertoe : oorspr. vrouwelijke <?-stammen als er de, bede, boete, ere, hulpe, kele, lere, kwale, logenc, miede, naelde, plaghe, pine, poirte, raste, sake, side, siele, sorge, stonde, wile, vlamme, wolle, wise, wrake enz. de naam w. op -inne: lewinne, coninghinne, eselinne enz.

de vrouwelijke naamw. op nisse, nesse en die op inge : verlossenisse, verghiffenisse, verderfnisse, oefeninghe, lidinghe, meninghe, weninghe, vertyinghe, sceldinghe, kriselinghe;

de vrouwelijke op ele, ene, ere: wortele, stertele, tafele; redene, ordene, cokene, ketene; adere, camerc, o henster e, levere, lettere, scoudere, venstere;

de naamw. op de : hoechde, liefde, lingde, gesonde. (andere abstracta op e : goede, breede). oorspronkelijke vrouw, /ö-stammen : bordene, helle, geerde, minne, stemme, woeshne, sonde.

de oorspronkelijke wó-stammen : clauwe, scaduwe, trouwe, varuwe, zenuwe.

de oorspr. vrouw, f-stammen als hulde, goede,

doepe, enz.

de vrouwelijke «-stammen als : abdisse, assche, blasé, deerne, duve, kerke, craaie, scale, sonne, strate, tonghe, veder, weduwe, weke, wonde, vrouwe. de vrouwelijke bastaardwoorden op e:

ewangelie, iherarchie, gracie, glorie, familie, fan-

Sluiten