Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men zonder -e : die oetmoedich mensche 3, 18, 10; die gronde oetmoedich mensche 3, 21, 11; die gront oet moedich mensche 3, 21, 14; die recht mensche 3, 88, 7.

•Nom. acc. onz. enkv. Uitg. -e :

dat vrie ghemoede 1, 105, 1; onse gemetene goet 1, 60, 15; dat milde herte 1, 65, 7; in dat godleke wesen 1, 128, 7; in haar natuerleke vvesen 1, 45, 17; onse gevoeleke verlangen 1, 88, 4; dit redeleke bevenden 1, 71, 25.

Hier ook vindt men vormen zonder uitgang : dat ierste vri begrijp 1, 103, 2.

Nom. acc. vr. enkv. Uitg. -e :

die milde harte 1, 69, 10; die edele roede varuwe 1, 65, 23; die vierighe roede varuwe 1, 175, 23; dese vrie neiginge 1, 96, 13; tote in die eweghe waerheit r, 41, 8; in die vrie enecheit 1, 61, 4; in die rechte side 1, 109, 16; in die slinke side 1, 109, 16; die redelik e cracht 1, 23, 22; in die witte varuwe 1, 67, 6.

Daarnaast ook vormen zonder -e, wanneer het bijvgl. naamwoord uitgaat op eene lettergr., die niet het hoofdaccent heeft :

die beestelijc rouwe 1, 101, 7; sijn bitter martelie 3, 108, 9; in die donker locht5, 145, 19; enich natuerlic gave, 3, 19, 17 ; dagelex sonde 2, 17, 20; die bitter doot 5» 277. 20-

Acc. mann. enkv. Uitg. -en :

onsen vrien wille 1, 43, 16; den noerdenen wint 1. 99, 3-

Gen. mann. en onz. enkv. Zoowel de sterke vormen op -es, -s, als de zwakke op -en worden gebruikt; de vorm op -es is evenwel zeldzaam :

des gescapens geests 1, 154, 8; ons eigens willen 1, 186, 15; sijns almechtechs Vaders 1, 231, 12; iegewelcs geleerts minschen 1,42, 21; des ewechs Worts 1, 48, 1; dies heilechs Geests 1, 65, 9; dies ewechs

Sluiten