Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijvoeglijk naamwoord zelfstandig gebruikt. Nom. m. enkv. Uitg. -e :

die hoeverdighe 3, 17, 9; die oetmoedighe 3, 21, 3. Nom. vr. enkv. Uitg. -e :

lieve 5, 14, 1: 23, 9.

N >m. en acc. onz. enkv. Uitg. -eoï geen uitgang : dat goede; dat clein 3, 49, 14.

Gen. mann. onz. enk. Uitg. -s :

gheheels 3, 1, 9.

En dubbelen, sterken en zwakken gen. heeft men in :

die hant des Over stens 3, 18, 12.

Dat. mann. en onz. enkv. Uitg. -en, -e. ten quaden 3, 86, 18; ten goede 3, 86, 18. Acc. mann. Uitg. -e, -en.

den jonghere; den cranken.

Nom. en acc. mv. 3 gesl. Uitg. -e, -en : ghebenedide 3, 260, 17; vermalediden 3, 253, 15. Gen. mv. 3 gesl. Uitg. -er(e), -en :

alle synre ghemindere 4, 47, 10; der oetmoedighere 1, 77, 3; na wise der gheminder 1, 68, 22; der hoeverdigher 3, 135, 20; der willegher armer 5, 163, 22; der heylighen 3, 39, 14.

Dat. mv. 3 gesl. Uitg. -en :

den goeden, den quaden.

Trappen van Vergelijking.

1. Comparatief. De comparatief wordt gevormd met bijvoeging aan den stam van -er; of -re bij de wortels op een klinker, een liquida of een nasaal : edelre 3, 14, 1; scadeliker 3, 19, 25; dieper 3, 21, 1; oetmoedigher 3, 29, 9; vrier ende coenre 3, 29, 10; cleinre 3, 23, 1; machtigher 3, 27, 18; hebbeliker. 3, 28, 17; vruchtbare 3, 35, 23; vruchtbaerre 3, 52, 14; goedertierre 3, 55, 15; zekere 3, 8, 3.

Sluiten