Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze beelde 4, 98, 3; uwe brudegoem 3, 124, 1; uwe voecht 4, 6, 23; uwe vermoghen 4, 32, 21; uwe ghemoede 4, 67, 12; uwe ontbliven 4, 68, 3; uwe aenschijn 4, 77, 2; uwe slot 4, 88, 13; hare bedde 4, 77, 24; hare broot 4, 83, 10; hare gherief 4, 84, 12; ghewin 4, 151, 13; gheselle 4, 166, 15, heeft

men de onverbogen vormen, daar het sterk verbogen bijv. naamw. in den nom. mann. enkv. den nom.-acc. onz. enkv. geen suffix neemt. Vgl. Onfr. unsa, iuwa. Doch onder den invloed van mijn, dijn sijn, ontstonden in die naamvallen ook de vormen ons, uw, haer, doordien men onse, uwe, hare naar aanleiding van mine, dine, sine als verbogen vormen ging opvatten :

ons cruce 3, 139, 10; ons ghelove 1, 227, 20; ons paeschlam 2, 162, 24;

u wille 6, 91, 7; u weert 5, 13, ix; u studeeren 3, 52, 1; in m boec 4, 120, 21; al u sonden 3, 99, 7; u slot 4, 86, 7;

haer bedde 3, 91, 5; hair slot 4, 89, 14; haer verlies 4, 151, 14; haer ghewin 4, 152, 10; haer gheselle 4, 183, 6; hair voete 4, 160, 14.

Onder invloed van onze, uwe, hare, treft men anderzijds ook mine, dine, sine aan in den nom. mann. enkv. en den nom.-acc. onz. enkv, :

mine wille 3, 87, 14;

sine testament 3, 152, 12; sine volc 3, 153, 6; sine kant 3, 151, 14-

Een enkele maal aangetroffen de schrijfwijze diens

voor dijns 1, 167, 14.

In den gen.-dat. vrouw. enkv. en den gen. meerv. kan men nevens mijnre, dijnre, sijnre lezen mire, dire, sire of miere enz. met assimilatie van n :

mire sielen 5, 5, 4;

siere 1, 223, 19; 239, 3; 258, 6; 213, 14; 236, 9;

258- 8i

Sluiten