Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schouwd, waarvan het laatste bestanddeel daarom alleen het teeken des genitiefs vertoont.

In de enclisie verscherpt de d van het dem. na een harden medeklinker tot t, metten mensce 3, 7, 22; datter gracien ghenoech wil sijn 3, 27, 11; metten arme

1, 13, 3; metter figuren i, 27, 21; uten watere i,*5, 18; uter rivieren 1,6, 12; toten elleboghe 1, 13, 3.

De oudere vorm voor dier in den gen.-dat. vr. enkv. en den gen. mv. is diere; vgl. 3, 31, 18; 4, 161, 24; 2, 144, 12; 2, 17, 18.

In stede van dit diere vindt men bij Ruusbr. enkele malen dierre; vgl. 2, 53, 27; 121, 9; 131, 20; 4, 155, 3. Veelvuldiger komt de vorm dire voor : 1, 18, 20;

2, 17, 19; 1, 24, 3; 6, 105, 22; 1, 211, 10; 20; enz.

In den dat. vr. enkv. leest men, doch zelden, die voor dier :

in die ghewarigher kennissen 3, 14, 26.

Een spoor van een ouden instrum. onz. enkv. (Got. f)ê, Ohd. diu, Os. Onfr. thiu) vinden we nog in te uit de verscherpt vóór een comparatief : te claerre 1, 176, 21; veel te coenre 3, 57, 12.

Samengesteld aanwijzend Voornaamwoord.

Het samengesteld aanw. voornw. dese [de, stam van het aanw. voornw. + se, stam van het Got. sa) heeft bij Ruusbr. de gewone Mnl. buiging:

Enkelvoud.

Mann. Vrouw. Onz.

Os. Os. Os.

N. dese (these ) dese (thius, thesu) dit (thit )

G. *dees (theses ) deser (thesero ) *dees (theses )

D. desen (thesemu ) deser (thesero ) desen (thesemu)

A. desen (thesan ) dese (thesa ) dit (thit

Sluiten