Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier di aantreffen voor die : vgl. i, 44, 10; 212, 16; 141, 12; 39, 4; 5, 277, 15 et pass.

De vormen van het demonst. met -e komen niet als relativa voor. Slechts eenmaal treft men in den gen. vr. enkv. der aan : alle die cierheit der men ghedinken mochte 1, 54, 16; de hss. B, C, D hebben hebben hier die men.

Verder, ook gelijk bij het demonstr. treffen we hier in den gen.-dat. vrouw. enkv. en den gen. meerv. naast dier, de vormen diere, dire aan. Vgl. 6, 82, 4; 2, 150, 1; 4, 22, 19; 161, 20; 1, 42, 21; 2, 142, 20; i, 85, 23; 6, 27, 18; dierre 2, 123, 9.

In den dat.-acc. mann. enkv. treft men die voor dien aan : vgl. 1, 7, 20; 8, 7, 6; 2, 15, 5; 5, 182, 1; 1, 142, 22.

Die voor dien, vindt men door assimilatie, o. a. bij enclisie van men : diemen 1, 177, 22; 5, 87, 2.

Onbepaald Voornaamwoord.

Een wordt gebruikt als onbepaald voornw. en als lidvv. van onbepaaldheid. Voor de verb. zie een, telwoord.

Gheen, en gheen, ne gheen. Dit ontkennend voornw. heeft dezelfde verbuiging als een :

Mann. Vrouw. Onz. Meerv.

•Enkv. N. gheen ghene gheen ghene

G. gheens gheenre gheens gheenre

D. ghenen gheenre ghenen ghenen

A. ghenen ghene gheen ghene.

Omtrent de naamvalsuitgangen zijn dezelfde bijzonderheden aan te stippen als bij een.

In den dat.-acc, mann. enkv., den dat. onz. enkv. den dat. mv. valt de uitgang -en dikwijls weg :

Sluiten