Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N. elc priester J, 190,2; 2, 22, 23; elc mensche 2, 56, 19; 3, 23, 11;

G. 1des prelaets 1, 231, 1; elcs menschen 2,56, 7;

D. eiken biscop 1, 295, 22; eiken daghe 2, 60, 18;

A. in eiken goeden priester 2, 52, 20; in eiken oghenblic 3, 23, 13.

N. elke doget 1, 176, 6; elke sondighe siele 2, 61, 2.

G. eiker sielen 1, 107, 9; 2, 56, 7; eiker iiden 1, 107, 9;

D. eiker colummen 1,23,2; in eiker doecht 4, 182, 12; 1, 176, 10;

A. elke columne 1, 23, 8; elke belle 1, 196, 9;

N. elc werc 1, 236, 15; elc mudde 2, 76,9; elc huus 2, 152, 22;

G. elcs jaers 2, 153, 21;

D. in eiken poente 1,2,22; van eiken geslachte

2, 145. 14;

A. elc rondeel i, 148, 12; elc broet 2, 148, 12.

Meerv. Acc. dore elke 11 ringhe 2, 126, 16; 128, 12.

Zelfstandig. N. elc es hem haestende 1, 215, 17; elke in haren werken 4, 180, 25; elc in dat sine 4, 92, 14;

G. elcs even vele 2, 88, 8;

D. eiken gnoech sijn 2, 3, n; dat ic eiken gnoech doe 2, 6o, 5; in eiken is hi al onghedeilt 6, 165, 7.

Men lette op een genitief elkes menschen, 6, 21, 5; die nog den oorspronkelijken goniüefsuitgang heeft. Vgl. Os. Ivwilices, -as; ook op een vr iuw. nom. enkv. met syncope der buigings-6 .• ilc nature, 1, 153. '3-

Ieghewelc (Os. eo gihwilih) komt, in tegenstelling met hetgeen Van Heiten er van zegt (Mnl. spr. § 371, a), zoowel bijvoeglijk als zelfstandig bij Ruusbr. voor en heeft dezelfde buiging als elc :

Sluiten