Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opvatte als samengesteld uit twee verbuigbare deelen naar het voorbeeld van de ghene : Met yeghenwelken werke 6, 144, 14;

dit was ieghenwelken gnoech 2, 56, 18;

vore yeghenwelken te spreken 4, 37, 5.

Deze laatste vorm gaf dan ook den stoot tot het vormen van een nieuwen nominatief. : yegheniuelc 6, 242, 19.

leghelyc, een ieghelijc heeft dezelfde verbuiging als ieghewelc, zelfstandig en bijvoegl. :

een yeghelice mensce 6, 233, 19; een yeghelic, die .. 6, 233, 7; 10; yeghelic is, 6, 238* 2; een yeghelics vroude 6, 237, 1;

een ygheliken mensche 6, 206, 22.

Enich heeft sterke buiging, zelfstandig en bijvoeglijk :

enich rijcman 2, 193, 2;

enechs menschen 1, 217, 4; enichs dincs 4, 79, 2; van enighen loene 4, 50, 20; van enegher plaghen 2, 144, 9; ute eneghen anderen gheslachte 2, 145, 11;

enighen orbaer 3, 48, 16; enighe vlecke 2, 2, 4; enech teken 2, 9, 11; die deser poente enich in heme gevoelt 2, 63, 9.

Evenals bij een, ander, vinden we hier vormen zonder buigings-e in den nom.-acc. vrouw. enkv. enich beter wise 3, 49, 23; enich natuerlic gave 3, 19, 16; enich gratie 3, 19, 17;

ook apocope van -en in den acc. inann. enkv. sijn enich soen, 3, 6, 10.

Men lette nochtans op een nom. inann. enkv. een nom.-acc. onz. enkv. op -e :

is hi hare enighe sone 5, 50, 26;

haer enighe kint 3, 104, 8.

Verder op een acc. meerv. : die enighen gherynt van harre secten, si waghen alle, 2, 222, 11; Vgl. allen.

Sluiten