Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sundig) vijf dusentich 2, 117, 6; over drie dusentich jaer ende drie hondert 2, 156, 6; III dusentich 2, 117, 5; VIII dusentich vijfhondert ende LXXX, 2, 142, 16; XXII dusentich ende driehondert 2, 142, 20; XIIII dusentich menschen 2, 145, 6;

en bij eene bepaling in den genitief : die scare vijfdusentich menschen, 4, 167, 27.

Rangtelwoorden.

De rangtelwoorden worden als gewone bijvoegl. naamwoorden verbogen :

die ierste horen 1, 184, 20; die derde varuwe 24> 9! dat seste poent 2, 15, 24; des derdes daghes 1, 231, 15; der sester haren 1, 78, 24;

den iersten oghenblicke 1, 125, 25; metter ellefster haren 1, 77, 18; in desen viften artikeie i, 213, 3;

op den achten dag, 2, 110, 13; die vifte lampte 1, 168, 23; dat vifte let 1, 212, 15. De rangtelwoorden zijn :

eerste, een superlatief gevormd van het bijwoord eer. (Vgl. Os. êristo) : die eerste eygenscap 1, 57, 9; ten eersten 1, 62, 12.

Veel gewoner is ierst \ metten iersten poente i, 27, iS, den iersten vieren, 1, 48, 26; die ierste eygenscaP 1. 57. 95 dierste varuwe 1, 62, 24; die ierste tafelen I> 99> 7 > dat ierste begrijp, 1, 103, 2; den lersten oghenblicke, 1, 126, 25; die ierste .ij. eigenscape 1, 131, 2; die ierste horen 1, 184, 20; van den iersten 1, 204, 6;

ander, een comparatief van den stam an. (Franck, Etym. Wdb.); onbepaald voornaamw. als rangtelwoord gebezigd in den zin van « de een van twee; de tweede. » Voor de verbuiging, zie ander onbep. voorn w.;

Sluiten