Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dikke koonen. Wat hebben we om zijnentwille onzen held zoo nu en dan een goed leventje laten leiden, en meer van eten en drinken gesproken dan wel in ons plan lag!

Wat was dat vertellen toch een genot! En weet-je nog wel hoe we afspraken om den slaap, den heerlijken, den eenigheerlijken kinderslaap, niet door gruwelen te verontrusten? We hebben de dienaren van de Lamp een weinig getemd, of liever vlak voor de jongens d'r neus gezet, en zelfs de meisjes zijn er goeie maatjes mee geworden.

En — d&t vroeg héél het kinderleven: geef ons een lach; en moest het een traan zijn, speelde er dan geen zonnestraal

meer door de nevelen van ons Vaderland V En God moge

ons genadig geweest zj]'n, dat we nooit met onreine handen het donzige sneeuw van de kinderziel hebben aangeraakt...

Maar vogel, vogel! — ik heb u zoo links en rechts gekeerd ... Zijt ge nog wel een Oosterling? We zien elkaar aan en lachen

met de oogen. Een lach van weemoed soms. Hoor aardig

meisje met de blonde krullen is al jong moedertje, en ze zingt zelf ons lied; bruin heksje heeft haar kleine broertjes en zusjes door elkaar geschud of het hart verheugd met ons lied, al naar het viel. Zouden we zelf het nog kunnen V ....

Sluiten