Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wierp, die tot diep onder de aarde schenen te leiden.

„Ja," besliste de toovenaar, zonder op den angst van den knaap te letten. „Je moet naar beneden klimmen, en als je daar gekomen zult zijn, ben-je in een breede gang."

„Moet ik dan geen licht meenemen?"

„Neen.... 't is daar nog lichter dan hier.... En luister nu goed, en maak geen praatjes, want binnen korten tijd zal de nacht neerdalen, en ik wilde voor dien tijd klaar zijn .... Die gang dan loop-je ten einde. Aan weerszijden zul-je deuren zien, die half openstaan. Pas echter op, dat je niet in de kamers kijkt, waartoe die deuren toegang geven, want dan zou je een groot ongeluk kunnen overkomen."

„O neen, oom .... ik zal recht voor ine zien!"

„Dat is je ook geraden. Bovendien zul-je dan des te beter de glazen tuindeur zien, aan het einde van de gang."

„Is er dan een tuin daar beneden?" vroeg Aladdin ietwat ongeloovig.

„Ja.... En je zult de glazen deur slechts behoeven te openen, om je hiervan te overtuigen. Een ruimen tuin zulje dan zien, vol struiken en boomen, en aan die boomen prachtige vruchten, die je zullen toeglinsteren als gekleurd glas. Maar voor de tweede maal: pas op! Want als je één van die vruchten afplukt, zal je een groot ongeluk overkomen. Heb-je dat goed verstaan, neef Aladdin?"

„Ja, oom ..., ik zal m'n handen in m'n zakken steken, en alweer maar recht voor me uitkijken."

„'t Zal je geraden zijn .... Want ik heb er het grootste belang bij dat je ongedeerd bij mij terugkeert."

„O oom," barste de knaap los, „ik ben blij dat u eens een goed woordje tot me spreekt; ik dacht dat te...."

„Houd je mond," beval de toovenaar barsch, „met je gedachten heb ik niets te maken .... Ik zal wel voor je

denken Als jij maar zorgt veilig en wel hier terug te

keeren."

Sluiten