Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste Minister, die den titel van Groot-Vizier had, het verzoek zoo kort mogelijk opschrijven, en dan zei de Koning dat er ernstig over het verzoek zou worden nagedacht. De Koning was dan eigenlijk heel het verzoek al vergeten — het stond immers opgeschreven! — en zag met spanning uit naar het nieuwe cadeau dat een nieuwe verzoeker hem zou brengen. Als een geschenk niet beviel, kon men dit dadelijk aan den Koning zien, die een heel bedenkelijk gezicht zette, en, na het verzoek aangehoord te hebben, heel hoog de schouders ophaalde, en meende te weten dat iets dergelijks hoogst moeilijk kon toegestaan worden. Hij zou er echter ook over denken. En een ander moest komen.

Na een goed half uurtje begon het den Koning te vervelen, hij gaf een wenk aan een anderen slaaf, die naar een kamerheer ging, en deze riep dan met luider stem, dat de audientie geëindigd was.

„Neen, Aladdin!" zei zijn moeder tegen hem, toen zij van de eerste audientie was teruggekeerd, en hij haar vol hoop en moed tegemoet was gekomen, „bet zal nooit lukken. Ik sta daar met leege handen, en hoe zou er dan ooit een kamerheer zijn die mij naar de trappen van den troon leidde ?"

„Kunnen we dan niet wat moois koopen, moeder?"

„Kind .... ik wou dat je wijzer was! Wat voor ons mooi is, lijkt voor den Koning nog niemendal. Het moet iets fijns wezen, iets zeldzaams. Ik heb wel opgemerkt dat het Zijne Majesteit minder te doen is om iets kostbaars, dan wel om iets zeldzaams. En, vergeet niet, dat wij met iets zeer bijzonders en hoogst zeldzaams moeten aankomen."

„Waarom ?"

„Omdat ons verzoek op zichzelf zoo bijzonder en hoogst zeldzaam is.... Ik moet de hand van zijn dochter vragen, en dat wel voor een jongen van jou stand."

Aladdin schudde vol droefheid het hoofd.

„Wacht eens," 'zei hij opeens, „ik hèb iets zeldzaams!"

Sluiten