Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Algemeene spijt! Niet een had het vrouwtje opgemerkt. Men zei wel van ja, want het spreekt dat als de Koning wat opgemerkt had, zijn gevolg dat ook moest opgemerkt hebben! Doch vertellen wat het moedertje eigenlijk kwam doen, dat wist geen mensch.

Het natuurlijk gevolg van het belang, dat de koning in het vrouwtje gesteld had, was, dat zij den volgenden keer ternauwernood de voeten in de zaal gezet had, of de kamerheeren kwamen naar haar toe, de Opperste vooraan, en allen zeiden om strijd dat Zijne Majesteit haar de genade wilde verleenen van naar haar verzoek te luisteren.

De arme vrouw begon zoo te beven, dat de edelgesteenten in de vaas rammelden alsof het hagelde. Dat wekte op een verbazende wijze de nieuwsgierigheid van den Koning op.

„Wat mag ze in vredesnaam onder dien donkeren doek verborgen hebben?" dacht hij. 't Bestaat vast uit verschillende stukjes, anders zou het niet zoo rammelen!"

En hij begon al half boos te worden. Want hij gevoelde zich zoo nieuwsgierig, dat het hem wel moest tegenvallen. Dat kon wel niet anders, dacht hij. 't Vrouwtje zag er te eenvoudig uit.

„De hemel beware mij!" dacht hij, „ik begin te gelooven dat zij eieren bij zich heeft.... Een kleinigheid, en zij rammelt ze door haar dwaze zenuwachtigheid nog allemaal door elkaar.... Wat een afschuwelijk gezicht zal dat zoometeen zijn!"

Hij was al van plan om tot het vrouwtje, dat nu op het tapijt nederknielde, te zeggen dat zij den doek er maar over moest houden, en heel den boel, gedekt en al, aan een slaaf overgeven, die veiligheidshalve eerst eens kon onderzoeken welke geheimzinnige zaken onder dien doek verborgen waren — toen zich eensklaps zijn oogen vergrootten van verbazing. En te gelijk ging er een gefluister en een o-geroep door de zaal, zooals zich niet een der kamerheeren herinnerde dat ooit in de tegenwoordigheid des Konings vernomen was. Maar

Sluiten