Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een nieuwe uitbarsting van vroolijkheid bij Aladdin, en beiden bleven nu, kneuterig in hun aardig huisje, den grooten dag afwachten, waarop Aladdin uitgenoodigd zou worden om aan het hof te komen. Zijn moeder had hem van dat „Prins" verteld, en dat had hij beter begrepen dan zijn moeder. Hij was ook van plan den titel van Prins Aladdin te voeren. Vanzelf toch zou hij dat wezen als hij met de Prinses gehuwd was. Want de Koning had geen andere kinderen, en dus was bepaald dat de gemaal van zijn dochter hem later als Koning op zou volgen. Of hij dien titel nu een weinig eerder droeg, dat kwam er minder op aan; althans zoo meende Aladdin ....

Op een avond zei hij :

„Moeder, ik geloof dat er nog olie in de lamp moet, want zij brand hoe langer hoe donkerder."

De moeder sloeg de handen in elkaar.

„Wel lieve deugd! daar heb ik vergeten olie te halen. Dat komt van al dat gepraat tegenwoordig over de schoone Prinses ...."

Aladdin wilde dadelijk beginnen om alweer over die Prinses te spreken en over haar deugden uit te weiden; maar zijn moeder kende dit alles reeds van buiten. Ze was in haar hart blij dat ze even de deur uit kon, om voor een poosje van dit voor haar zoo eentonige gezeur af te wezen. Daarom zei ze dat ze nu geen tijd had en eerst olie moest halen.

„Goed, moeder!" antwoordde hij, en terugzinkende in zijn ge makkelij ken stoel, ging hij liggen denken aan het schoone wezen, dat geheel zijn hart vervulde.

De weduwe ging op haar boodschap uit. Zij woonde in een deftige maar stille buurt, en daarom wist zij niet dat er zooveel te doen was in de stad. Ze dacht al. er zijn meei menschen op de been dan gewoonlijk I maar toen ze de drukste straten naderde, sloeg zij een gat in de lucht van verbazing. Er was een gejoel en een opgeruimdheid, de menschen liepen in rijen langs de straat allerlei vaderlandsche

Sluiten