Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ga uit mijn oogen, meneer," zei de Vorst met een diepe stem. „Van ganscher harte hoop ik, dat voor al deze zonderlinge dingen een verklaring gevonden mag worden; ik zou anders niet instaan voor de gevolgen."

Druipstaartend ging de Groot-Vizier heen, en de Koning bleef nog een heele poos trekken aan zijn uitgedoofde pijp ....

Den volgenden morgen ging Zijne Majesteit weer zijn dochter opzoeken. Hij vond haar in diepe neerslachtigheid.

„Kind, wat scheelt je toch?"

„Niets, vader!"

„Niets? Maak dat aan anderen wijs Waar is je

man ?"

De Prinses gaf geen antwoord.

„Waar is je man, zeg ik!" bulderde de Koning.

De Prinses wist geen beter antwoord te geven dan in tranen uit te barsten.

„Wel, alle drommels!" riep de Koning, „wil-je me nu eens kort en bondig vertellen wat al die geheimzinnigheid beteekent!"

De arme Prinses kon echter geen antwoord geven. Zij wist inderdaad niet waar haar gemaal was. Het was toch den vorigen avond precies eender gegaan als de eerste maal. Plotseling was haar man verdwenen, zij was op dezelfde geheimzinnige manier overgebracht naar die vreemde kamer, waar zij weer even den schoonen jongeling aanschouwd had, in wien zij, vooral uit nieuwsgierigheid, zeer veel belang was gaan stellen.

Toen zij nu geen antwoord gaf, maakte haar vader zich zoo boos, dat hij zijn zwaard trok, en in dolle woede dreigde haar te zullen dooden, als zij geen opheldering wilde geven van al deze geheimzinnigheid.

Doodelijk ontsteld strekte de arme Prinses de handen uit, en gilde zoo doordringend dat men het wel door het geheele paleis kon hooren. De Koning schaamde er zich inderdaad over.

Sluiten