Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want die bediende had een prachtige fooi gehad, en als hij hier of daar in een winkel nog iets moois zag, kocht de vreemdeling dat voor hem. Hij was even royaal als vroeger met Aladdin, toen hij voor diens teruggekeerden oom doorging. De winkeliers vonden het wel gek, dat een vreemdeling, van wien verteld werd dat hij een koopman in lampen was, zelf in deze stad lampen kwam koopen en die schreeuwend duur betaalde, duurder dan hij ze ooit aan den man kon brengen; maar dat ging hun toch eigenlijk niet aan.

Al die lampen moesten naar het logement gebracht worden, en de kastelein wist haast niet waar hij ze alle bergen moest.

„Ik begrijp niet," zeide hij tot een goeden kennis, „wat de man met al die dingen doen moet. Ze hier te verkoopen, daar behoeft hij niet aan te denken; want, als ik mijn loopjongen gelooven mag, hebben ze den goeien man leelijk afgezet." ,

„Nu," zei de kennis, „dan had je loopjongen hem wel kunnen waarschuwen; die is anders altijd zoo bij de pinken!"

„Wel, hij heeft hem gewaarschuwd," getuigde de hótelhouder een beetje geraakt. „Zou-je altemet denken dat we onze gasten, en vooral zulk een goeien klant als die vreemdeling, niet ten beste zouden raden ? . .. Neen, man! Maar hij zelf wilde bedrogen wezen."

„Wilde hij zelf bedrogen wezen?... Kom, maak dat anderen wijs!"

„'t Is toch zoo. — Hij lachte even, toen mijn bediende hem in het oor fluisterde dèt men hem afzette."

„Lachte hij? — Wel nu nog mooier!"

De kastelein bevestigde deze opmerking door een hoofdknik.

„Maar het mooiste weet-je nog niet," voegde hij er bij.

„Wat dan?" vroeg de andere nieuwsgierig.

„Ik zal het je zeggen .... Toen m'n bediende hem gewaar-

Sluiten