Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Een wonderlijke man? O, toe, zeg nu eens gauw wat hij dan doet of hoe hij er uitziet!"

„Uitzien.... ja, dat doet hij nog al goed.... maar hij doet zoo gek .... Hoort u dat geschreeuw?"

„Ja.... en wat zou dat?"

„Dat doen de menschen en de straatjongens hem allen na.... Ze roepen met hem: Wie ruilt er oude lampen voor nieuwe!"

„Och kom.... En waarom roept die dwaze man dat?"

„Wel, Uwe Hoogheid.... hij roept dat niet alleen, maar hij doet het ook."

„Wat? .... Ruilt hij inderdaad oude lampen voor nieuwe?"

„Ja, heusch .... Al de bedienden verzekeren dat er verscheidene menschen op zulk een zonderlinge wijze met hem geruild hebben."

De Prinses sloeg de handen in elkaar van vroolijkheid.

„O!" riep ze uit, „wat zou ik dat ook graag bij dien mallen koopman willen beproeven! Maar, ach — liet zij er met een zuchtje op volgen — een Koningsdochter heeft geen oude lampen; dat vind ik nu voor het eerst van in'11 leven een groot ongeluk."

En om de dwaasheid van deze redeneering lachte ze luid en helder, en al de jonge dames schaterlachten mede.

„Ja," getuigde er een, „het is wel héél jammer dat we die aardigheid niet kunnen hebben."

„Mijn mooiste japon voor een oude lamp!" riep de Prinses schertsende uit.

„Met uw verlof," zei nu een der dames, „ik geloof toch wel dat er een oude lamp in het paleis is."

„Kindlief!" lachte de Prinses, „als je er een weet uit te vinden, krijg-je twee prachtige oorringen van me cadeau."

„Gewonnen!" riep de jonge hofdame uit, van voldoening in de kleine handjes klappend. „Gewonnen!...."

„En waar is dan die oude lamp?" vroeg de Prinses.

„Wel, Uwe Hoogheid, ik heb haar eens in de handen

Sluiten