Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor te bereiden, wel op te merken dat u van dit oogenblik af onder mijne bevelen staat...

Een gemor ging op onder de edellieden, die de jachtgezellen van den Prins vormden, en alsof het afgesproken was, sloten zij een kring om hun aanvoerder, den geliefden en beminden Aladdin. Het paard van den officier steigerde er van, toen het al die blanke wapens voor zich zag flikkeren.

Met een handdruk bracht de officier het ros tot bedaren. Toen sprak hij:

„Prins Aladdin.... en gij allen, die hem verdedigen wilt tegen de uitvoering van 's Konings allerhoogst bevel — luistert. Het bevel van Zijne Majesteit luidt, dat de Prins, met de handen op den rug gebonden, tusschen twee gewone ruiter-soldaten in, ieder een eind van het koord in de hand houdend, naar de hoofdstad gevoerd zal worden."

„Bij den hemel, dat zal hij nooit!" riep Aladdin uit. „Terug, officier.... of ik laat u deze beleediging, mij vlak in het gezicht aangedaan, geen minuut overleven!"

„Nooit! nooit!" riepen zijn gezellen. „Sterven willen wij met onzen aanvoerder!"

En ze zwaaiden het zwaard om zich heen.

Terzelfdertijd echter snelden de ruiter-soldaten op een wenk van den officier, toe, en omringden het kleine hoopje strijdbare mannen.

Eensklaps barstte Aladdin in een schaterlach uit.

,,'t Is een grap, vrinden, een kostelijke grap!.... Het is waar, we weten hoe de genade van een Koning in het Oosten in één oogenblik kan omslaan in de diepste ongenade .... maar zulk een vernedering kan immers de Koning den echtgenoot zijner dochter niet aandoen!"

„Prins Aladdin," sprak de officier, „ik heb u tot nu toe niet willen zeggen wat de reden tot uwe plotselinge ongenade was. Want die reden is verschrikkelijker dan de vernedering."

Aladdin zag hem angstig aan.

Sluiten