Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het paradijsje dat de mensch zich op aarde kan scheppen.

Malle, oude toovenaar — wat was hij dom bij al zijn

wijsheid! Zijn jonge jaren waren immers voorbij ? En dan

of de Prinses maar dadelijk haar echtgenoot vergeten kon, dien zij liefhad met heel haar ziel?

Ze liet hem dit ongemakkelijk gevoelen ook. Ze wilde niet gediend zijn van zijn overdreven vriendelijkheid. Ze treurde om haar Aladdin, en ze verborg dat niet. Als de toovenaar tot haar kwam met allerlei lievigheid, met een stemmetje dat haar onder andere omstandigheden had doen lachen, met onhandigheid ook, — want de toovenaar was wel gewend om met boeken maar niet om met jonge vrouwen om te gaan — werd zij door een gevoel van walging vervuld. Ah ja! de toovenaar had haar gezegd dat haar alles zou toegestaan worden wat zij vroeg; maar toen zij dadelijk geantwoord had: ,.Breng me terug bij m'n man!" had het donkere gelaat van den toovenaar een grauwachtigen tint aangenomen en zijn oogen hadden gefonkeld om van te beven. Dat was maar héél even geweest, want terstond had hij zich trachten te herstellen, en had haar glimlachend gezegd dat dit nu juist onmogelijk was om haar in te willigen. Opgemerkt had zij het evenwel, en een rilling als van angst was haar door de leden gegaan. O, dat moest wel een slecht mensch zijn, die donkere man vóór haar, die haar nu zat te vertellen dat haar echtgenoot de schuld was van deze plotselinge gebeurtenis. Haar goede Aladdin zou haar verraden en verkocht hebben? Ze maakte er zich boos om. En toch, hoe het kwam wist zij niet, zij vond het beneden zich om op deze verdachtmaking eenig antwoord te geven....

Op een avond zat zij in diepe neerslachtigheid in haar kamer. Zij had verlangd geheel alleen te zijn, en daarom keek zij verwonderd op toen zij zachte voetstappen hoorde naderen. Een harer kamermeisjes trad binnen.

„Wat moet dat?" vroeg de Prinses een weinig geraakt.

Sluiten