Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus zegt in ons tekstwoord : „Uw hart worde niet ontroerd, gijlieden gelooft in God." Hij laat deze uitspraken onmiddellijk op elkander volgen als vloeide het een uit het ander voort. Gij gelooft in God, welnu wees dan niet ontroerd. Wie in God gelooft, wordt nooit ontroerd. O ja voor een oogenblik moge zijn ziel worden beroerd, ten slotte wordt alles weer rustig. In het diepst zijner ziel wordt hij niet geschokt. Hij staat vast.

Van dit vaststaan nu, Gemeente, heb ik bij mijzelven zeer weinig bespeurd. Ik ben mijzelven bitter tegengevallen.

Wij aarzelen het voor elkander uit te spreken, maar is er in onze ziel geen twijfel geweest aan Gods voorzienig bestel, twijfel mogelijk gerezen aan Gods bestaan? Hebben wij niet tot onszelven gezegd: Waar is God nu ? Er is zooveel in deze gebeurtenis, dat het ons zoo moeielijk maakt om ze aan te nemen ! Om iets te noemen : één enkele waarschuwing, één onwillekeurig in het hart des aanvoerders opgekomen vermoeden, dat het gevaar van dien kant dreigde, en de gansche ramp zou niet hebben plaats gevonden. Met eerbied gezegd en geheel naar den mensch gesproken : het ware God zoo gemakkelijk geweest dezen slag aan het strijdende volk te besparen ! Maar het is niet geschied, alle dingen zijn gegaan zooals ze altijd plegen te geschieden; er was een reeks van toevalligheden of van noodzakelijkheden zooals ge wilt, Cronjé is gevangen en wij hebben niets van God bemerkt. Dit heeft ons geschokt, dit heeft ons twijfelachtig gemaakt. Ons geloof was niet toereikend, wij hebben gewankeld.

Maar indien wij nü hebben gewankeld, hoe zal het dan gaan in de toekomst, als er misschien nog meer van ons geloof zal worden geëischt? O, het gaat zoo gemakkelijk in dagen, als er inderdaad niets is, dat ons eigenlijk ontroert, een tekst als dezen te nemen en dan op plechtigen toon te zeggen : „Uw hart worde niet ontroerd, gijlieden gelooft in God." Het beteekent niet veel, neen niets, in dagen waarop de aarde hare plaats niet verandert, waarop de bergen niet verzet worden in het hart der zee, onszelven te verzekeren, dat wij niet vreezen, ook al veranderde de aarde hare plaats en al werden de bergen verzet

Sluiten