Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de genoemde platen zijn er 10 ook verschenen onder den titel Tijdspiegel-phantasieën No. 1 en 2. Zie No. 38.

De platen: De oude dienstmeid en Nieuwe Hunnen bij een oud Hunnebed, zijn ook afzonderlijk uitgegeven, en Wie mij, oude vrienden enz., is mede geplaatst in den bundel Hier-en-daar (Ze zijn er! No. 12), terwijl het Kerstboomfeest later niet weder is opgenomen.

In de levensbeschrijving van A. C. Kruseman door J. W. Enschedé, eerste deel, bladz. 420, wordt medegedeeld dat door Ver Huell, na zijn geschil met Gebhard, in 1856 bij Kruseman onder den titel: Geest en stof, een plaatwerk zou worden uitgegeven, waarvan reeds een zestal platen afgedrukt waren, toen een geschil ook tusschen dezen uitgever en den auteur verder samenwerken onmogelijk maakte, zoodat van deze uitgave niets gekomen is. Daar de eerste, van Ver Huell in den Tijdspiegel van het daarop volgende jaar 1857 verschenen plaat denzelfden titel draagt, is het niet onmogelijk dat toen de bij Kruseman ontworpen uitgave dier platen in den Tijdspiegel, waarvan ü. A. Thieme te Arnhem destijds de uitgever was, heeft plaats gehad.

Verder wordt mede te dier plaatste door Enschedé de mogelijkheid verondersteld dat een werkje, met den titel: Uit het huishouden. Potloodschetsjes in verloren oogenblikken, door een man van ondervinding, waarvan de teekeningen overeenkomst vertoonen met twee plaatwerken: Domestic bliss en Domestic miseries, die in Kruseman's bibliotheek berusten, van Ver Huell zijn zou. Wie echter Ver Huell gekend heeft, zal geloof ik met mij staande houden dat al zijne platen oorspronkelijke scheppingen waren en hij nimmer een ander heeft nageteekend. Daartoe viel het ontwerpen hem veel te gemakkelijk, maar vooral stelde hij zelf daartoe zijne kunst en zijn talent veel te hoog. Indien dus op die platen herhalingen voorkomen van voorstellingen uit de genoemde Engelsche boeken, dan is dat Ver Huell's werk niet. Bovendien dragen al zijne platen zijn naam, die bij deze ontbreekt. Voor zoo ver mijne kennis van zijn werk en ideeën reikt, durf ik beweren dat deze schetsen niet door Ver Huell geteekend kunnen zijn. _ Een exemplaar van het genoemde werkje is hier bijgevoegd.

Noch omtrent het geschil met Gebhard, noch omtrent dat met Kruseman, ten gevolge waarvan Ver Huell beide uitgevers verliet, zijn mij nadere bijzonderheden bekend. De bundel In den rook des tijds was in 1856 nog bij Gebhard verschenen, zie No. 35.

63. Nedeilandach magazijn. Amsterdam, Gebr. van Es. Jaarg. 1859—66. 8 dln. kl. fol. half linnen bdn. Met vele houtgravuren.

In de jaren 1859, 60, 61, 65 en 66 komen de platen van Ver Huell voor, die later afzonderlijk onder den titel Herfstbladen uitgegeven en mede onder dien titel geplaatst zijn in Denkende beeldjes No. 13—25. De jaargang 1860 bevat op bladz. 186 en 187 een gedicht van A. van der Hoop Jrszn. op laatstgenoemde plaat 25: Bedenkelijk. „En als ik wil, kan ook ik...

De plaat: Jonge leeuwen (lions sots), voorkomende in jaargang 1859 bladz. 153, is opgenomen in Afspiegelingen No. 44.

In jaargang 1860 bevinden zich de platen: Tafeldans, welke geplaatst zijn in Ze zijn er! No. 35—38.

De jaren 1861 en 64 bevatten de platen van den bundel Laatste schetsen, waaraan plaats gegeven is in Eerste en laatste studentenschetsen No. 42 en 44—47.

Sluiten