Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van 6 en 7 Maart 1892, waarin de beschrijving eener door Ver Huell aan het gemeente-museum te 's Gravenhage geschonken teekening voorkomt. Zie 10 de af deeling, aanhangsel. — En het Zondagsblad van het Nieuws van den dag van 7 Maart 1897, waarin een artikel van Joh. H. Been, naar aanleiding van zijn 75sten verjaardag, met het portret op de bank.

Bijgevoegd: Abraham 1'rikkie's op- en aanmerkingen van 13 Maart 1892, waarin het gechargeerde portret van Ver Huell op de bank, met het bijschrift „Zijn er zoo? Zoo is er maar één!"

136. Huldeblijk.

Dit uommer bevat: de circulaire inhoudende de uitnoodiging tot deelneming aan het huldeblijk, met de namen der leden van het comité; — het kaartbericht dat de aanbieding van het huldeblijk niet op 7 Maart, zijn verjaardag, kon plaats hebben; — de nommers van het Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage en de Avondpost, bevattende de berichten dat het album door H. M. de Koningin-Regentes bezichtigd was. — verschillende nommers van het Handelsblad, het Nieuws van den dag, Gelria, de Haarlemsche Courant en het Vaderland, met de bekende vier, door Ver Huell geplaatste advertentiën: lo. dat hij van particulieren de erkenning zijner verdiensten jegens Volk en Kunst niet kon en mocht aannemen, 2o. voorloopige vriendelijke dankbetuiging aan de velen, die hem op zijn 70sten verjaardag gelukwenschten, 3o. zijne opsomming van alles, wat hij voor Volk en Kunst had gedaan, in den vorm eener autobiographie, en 4o. zijne klacht „Vijandigheid heeft wederom geinfluenceerd", enz., eindigende met het grafschrift, dat hij voor zich zeiven ontwierp „Hij deed veel voor zijn Land — zijn Land deed niets voor hem"; — een overdruk op karton der bovengenoemde autobiographie, gedagteekend 12 April 1892, door hem aan een aantal verschillende personen toegezonden; — nommers van de Zutphensche Courant, de Arnhemsche Gids en de Nieuwe Apeldoornsche Courant, met artikelen over de door Ver Huell begeerde ridderorde; — het Vaderland van 5 November 1892, met een ingezonden stuk van Ver Huell, bevattende den brief der Commissie aan hem, zijn antwoord daarop en een slotwoord, waarmede deze zaak ten einde was gekomen, — en eene bronzen medaille, zooals hem een in goud, zilver en brons zou zijn aangeboden, vertoonende aan de eene zijde zijn portret in borstbeeld en aan de andere zijde zijn wapen, waarvan eene afbeelding op dezelfde grootte voorkomt op bladz. 5 tegenover het voorbericht.

Bijgevoegd-. Abraham Prikkie's op-en aanmerkingen van 18 Septemberl892.

De geschiedenis der aanbieding van dit huldeblijk heeft, zooals vrij algemeen bekend is, een tragisch verloop gehad.

Bij gelegenheid van den zeventigsten verjaardag van Ver Huell hadden eenige heeren zich tot een comité gevormd om hem op dien dag namens het Nederlandsche volk een huldeblijk aan te bieden, uit waardeering en dankbaarheid zoowel voor het genot, aan allen verschaft door zijne geestige teekeningen, als voor hetgeen door hem tot steun en bevordering der vaderlandsche kunst was gedaan en voor zijne onvermoeide hulpvaardigheid en belangrijke schenkingen. Dit huldeblijk bestond uit eene herinneringsmedaille, vergezeld van een album der handteekeningen van alle deel-

Sluiten