Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE HOOFDSTUK.

I.

Heel smal en heel lang in zijn wit linnen broek en jasje zoo over zijn bloote lijf, zijn bloote voeten in grijs linnen muilen, stond Aristide, met zijn portefeuille en teekendoos onder den arm, midden in het smoorheete zolderkamer-atelier; het raam was open, maar reeds doorstoofde de zon de dichte jaloezieën; hij draalde nog even, voor hij den langen tocht naar den tuin, zes hooge trappen af, ging ondernemen, en zijn blond, jongensachtig gezicht met het dunne, rosse kinbaardje, had een uitdrukking van berouwvolle verdrietelijkheid.

— „Au revoir... chérie...," zei hij fleemend.

— „Au revoir," antwoordde kortaf, in pruilende verontwaardiging, een hoog vrouwe-stemmetje1 van achter het turkoois-blauwe gordijn, dat een driehoek der mansarde voor badhokje afscheidde.

— „Voyons... chérie..." fleemde weer Aristide.

— „C'èst 9a... au r e voir..klonk nog ongeduldiger het vrouwe-stemmetje, en met-een ging het driftig plonsen van een spons in veel water.

Aristide zette stil zijn portefeuille tegen een stoel, schoof zijn doos op een hoekje van de bekruimelde ontbijttafel, en tipte op de teenen van zijn lenige linnen sloffen naar het gordijn, dat hij voorzichtig

Sluiten