Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toegeknoopte gekleede jas zijn morgen-rondgang met de brieven deed.

— „Bonjour, m'sieur Carpentier," gToette Aristide vriendelijk en in de evene buig-beweging van zijn lang, lenig lijf, lag iets van onderdanigheid en een stille vraag.

De concierge was een bleek, pezig mannetje met borstelig, zwart haar, dat begon te grijzen, en een dik, nog roetzwart snorretje. Zijn linker, scheelstaand en lichtloos oog gaf hem een vreemd, op 't eerste gezicht bijna ongunstig voorkomen.

Familiaar, goedgemutst, mompelde hij wat terug van... 9a... travailler... jardin...

Aristide, met een hupschen lach, antwoordde iets over de heerlijkheid van den tuin zoo 's morgens, poosde nog even... Dan ging de blik van zijn lichte, violetgrijze oogen turend de trap omhoog.

De deur van het senators-appartement piepte open, een rood, bol vrouwegezicht vertoonde zich, verdween weer, en een hand met twee breede trouwringen eraan kwam naar voren gestoken. De concierge reikte het pakje over, dat van den courrier hem nog restte. Voor hooger had hij niets. Als de deur was dichtgevallen, knoopte hij zijn lakensche jas los, trok die tot over de schouders open en roeide met zijn armen, om wat tocht op zijn rug te krijgen; bij donker-natte plekken zat het wit-enblauwe hemd hem in de zijen geplakt. Dan daalde hij, achter Aristide, de trap af.

Aristide, langzamer nu, liep met ingehouden, fijne, veerende pasjes, alsof hij dien gezamenlijken trapafgang wel zoo veel wilde rekken als maar mogelijk was.

En toen de concierge hem daar zoo beneden zich zag, met zijn schriele schouders en schouder-

Sluiten