Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bladen door het dun-linnen jasje heengelijnd, en met uit het lage kraagje, dat even afstond van den tenger-langen hals, de eerste1 ruggewervels scherpkantig onder het strakke vel, vroeg hij op eens:

— „Et votre petite dame?"

Aristide blikte schielijk over zijn schouder naar hem op, zijn gezicht plots vol uitdrukking van melancholieke meewarigheid.

— „Warm..." zei hij alleen, en, even stilstaand, de oogen dicht, 't hoofd opzij zwijmend, maakte hij een mimiek van hóe warm 't boven was: je bezweek er.

Als de concierge verder niets zei, daalden zij weer.

Op het portaaltje na de eerste verdieping hield madame Carpentier, die tot daar het dagelijlcsche trappen-stoffen volbracht had, haar bezemvegen in en maakte plaats voor de beide mannen; 't was een zware, toch jong-gebleven vrouw voor haar bijna vijftig, appetijtelijk zelfs in haar morgenwerk-kleeren van wijd, lichtblauw-geruit jakje en zwarten Tok.

— „Warm, boven..." zei haar man, met een beduidingvol oogen naar Aristide, en hij roeide nog eens, de jas wijduitgeslagen, wat koelte- onder zijn armen.

Aristide stond in zijn minzame en montere houding van afwachten; blootshoofds, had hij met een hoffelijk-gemeenzame neiging en lach de conciergevrouw gegroet, die een zwak voor hem had, omdat zij beiden uit het Noorden kwamen.

Monsieur Carpentier begon nu snel en zacht tot zijn vrouw te spreken, den rug toewendend aan Aristide, die dan de laatste traphelft alleen omlaag ging, behoedzaam tippend om te luisteren...

Door de wijd openstaande huisdeur, recht voor

Sluiten