Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan, na een poosje, moest Jozette raad geven over het werk van de twee. Zij had veel met schilders verkeerd, en, zoo wat opstekend hier en daar, wel eenig begrip gekregen van het vak.

Célestin toonde haar zijn blad vol ontwerpjes; zij had haar bedenkingen en haar voorkeur en moedigde hem goedig aan.

Daarna moest zij Aristide's schets bewonderen en zei met lief-warme overtuiging, dat het „trés bien" was, maar „tres bien," wérkelijk.

— „Ah, quelle journée!" zuchtte Célestin uit de diepte van zijn stevige borst.

Het was benauwd, zelfs in de schaduw onder den loom-slap enden gevel; zwaar was de zwoele lucht, waardoor geen tochtje voer; maar zij zaten daar zoo rustig in hun koele kleeren, en van den zinderenden zomerdag over de stad zagen zij niet dan een reep strakken, grijs-heeten hemel boven het huis, en achter in den tuin, hooger aan den ouden muur al, de korrelig vaal-roode zonne-plekken tusschen een warrel van dof-groen en smaragd-lichtend geblaarte.

Nu en dan, van verre, hoorden zij het donkerkreunend geronk van de tram over den Boulevard St. Michel of een gil van den onderaardschen trein uit de kleine gare Port-Royal, een dof gerommel, en dan enkel de lauwe stilte, die woog over den tuin.

Maar de huisgevel, nu de schaduw buiten toch dragelijker werd dan de duffe kamerhitte, begon te ontwaken; telkens wiekten er jaloezieën open, die met holle klapjes, echoënd binnen de tuinommuring, weerszij een raam tegen 't hardsteen sloegen.

— „Je zou nou zeggen," zei Jozette, naar hun

Sluiten