Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE HOOFDSTUK.

I.

Monsieur Carpentier was aan de eerste van zijn zeven dagen zomervacantie.

Anders, zoodra de morgenbrieven waren rondgebracht, verwisselde hij gauw de plechtiglijk aangeschoten gekleede-jas voor zijn werkbuisje, nam de tram Montparnasse-Bastille en was nog juist vóór achten op zijn atelier van de Rue du Ker-aMotilin, in de en-gros-zaak van Palliers-frères, waar hij coupeur was van glacé-handschoenen en damesceintuurs.

Nu had hij, in zijn blauwe overhemd, stilletjes den morgen op het trottoir doorgeluierd, gepraat met het concierge-vrouwtje van de school links, met den baas uit de crèmerie rechts, met den wit-gejasten portier van het Physisch Laboratorium over de deur, hij had zich laten scheren en was een glas koelen cider-wijn gaan drinken bij den charbonnier uit de buurt, die een „zinc" hield; en dien namiddag, voor het open straatraam van hun „lioge" in den leunstoel gezeten, nam hij den post van zijn vrouw waar, en paste op het huis. Zij deelden eerlijk de vacantiedagen en des middags ging madame Carpentier uit winkelen, of zij bezocht haar schoondochter.

Sluiten