Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want aan straat. Hoeveel huizen, zelfs in deze ruim gebouwde wijk, hadden niet hun loge op de cour... en wat voor cours soms! Als hij een godganschen middag op de gevangenismuren van twee oude kafeten moest koekeloeren, als op 122, dan had hij nog liever geen vrij-af dan wel. In zijn eerste huis, in de Rue Cujas, had hij ook aan straat gezeten, maar met een hoog raam, waar ze door de ijzeren spieën juist de hoeden of de hoofden van de voorbijgangers konden zien langsdrijven. Hier was het licht en prettig, ook gezonder. Als 's Zondags zijn zoon en zijn schoondochter kwamen eten, dan moest Louis, de kostganger, wel naar het restaurant — voor vijf was geen plaats maar verder hadden ze toch al wat ze verlangden.

't Leek ook, of die loge gebouwd was voor hun boedeltje! Tusschen het raam en den uitspringenden schoorsteenhoek paste juist de wijde leunstoel, waar hij nu in zat; daar tegenover, aan het wandstukje naast de glazen gangdeur, ging precies de spiegelkast, en van die spiegelkast tot aan den leunstoel was weer net plaats voor een gewonen stoel en de ovale tafel, aan het hoofd waarvan, als het eene blad maar neergeklapt was, nog iemand zitten kon, zonder het opengaan van de deur te belemmeren. Tegen den achtermuur, verborgen door een zijig-gebloemd groen-saaien gordijn, dat van een ijzeren roê over de geheele breedte van het vertrekje hing, was het groote bed, dat nog ruimte genoeg liet aan het voeteneinde voor de kapstokken, waaraan al hun kleêren hingen, ook de beste van zijn vrouw en van hem in zakken van grof katoen. Tusschen het gordijn en den schoorsteen schoof nog een smal la-kastje, en twee stoelen waren vóór

Sluiten