Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En wat een zoodje hadden ze niet gevonden, toen ze voor drie jaar hier kwamen! Boven hun hoofd een armoe-familie met een ris kinderen; op de tweede een acteurs-janboel van 't Théatre Cluny; op de derde, twee Russische juffies, die studeerden, voor geen honderd francs meubelen bezaten en baksels brouwden in haar keuken, die al de trappen verpestten. Tot wandluizen toe hadden ze ontdekt, in de loge zelf nog wel, en wandluizen op de vijfde verdieping. Hier waren ze weg, al 't behang er afgehaald, de muur met een mooi, lichtblauw Ripolin bestreken; maar op één kamertje van de vijfde waren ze niet uit te roeien geweest, dat stond nog altijd leeg. En wat hadden die trappen er uitgezien, en die portaalramen, grijs van 'tsmeer... z ij hadden van den eigenaar gedaan gekregen, dat er een looper was gekomen van 't voorjaar; nu moest er nog wat voor die ruiten, van die gekleurde gordijnen, die niet vuil werden, of „vitrophanie"... Dat kwam nog wel, — was niet, een paar maanden geleden, een jaar vóór de verplichte wijkverving, de heele gevel nieuw geschilderd...? 't Huis was een pronk van de straat; de deftigste menschen konden er wonen! Hadden ze niet een sénateur zelfs, en een dokter, die zoo rijk was, dat hij geen praktijk wou, nog maar aldoor college liep, studeerde...? en toch moest monsieur Valency al een vijf-en-dertiger zijn... wacht maar, dat werd later een van je eerste specialiteiten! Dan monsieur Gros... een keurig rentenier! En kreeg mademoiselle Lefournier niet de koetsjes uit den Faubourg St. Germain voor de deur? De muziekjuffrouw naast hun loge, madame Guillard, speelde op concerten in de Salie Pleyel, en de Duitsche professeur in den anderen rez-de-chaussée kreeg invitatie's voor

Sluiten