Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— De Lourty's, die was hij de baas, de dokter was aan zijn kant... die zouden 't niet lang meer tegen hem volhouden. Maar dat wijf van Dutoit... wat die voor 'n duivel in 'r manke korpus borg... die had iets, waar je niet tegen op kon... even kon je ze klein krijgen door op haar ongeregelde positie te zinspelen... maar gek, je dorst niet eens véél te zeggen. Die had iets in 'r oogen... En in 'r rooie kleeren liep ze nog met een gezicht, of ze 't fatsoenlijkste mensch van de heele wereldwas...

't Ging wonderlijk warm worden in Carpentiers zomer-soezig hoofd. Dat huis, zijn huis, waar hij voor te waken had en te zorgen, dat moest dan toch ook marcheeren zooals hij wou... en dat wijf van Dutoit, dat zóu 'r hoofd bukken.

Een huis met dertien appartementen en nog vier enkele kamers, een huis met twee-en-dertig bewoners, die h ij in veiligheid en vreê had te doen samenleven...; hij was toch maar aansprakelijk voor wat er gebeurde...; hij, met zijn vrouw mee, hij moest toch maar maken, dat er geen burengerucht was, geen nachtlawaai, geen vuile luchten op de trappen... geen hinder voor niemand...; hij voelde zich vaak als een politie-commissaris over een heel stadje...

't Gebeurde, als hij, 's nachts wakker liggend, zich daar lang achtereen indacht, dat hij zonderlinge aanvechtingen kreeg: hij zou sleutels op alle appartementen willen hebben, overal onverwachts en heimelijk binnen willen vallen, speuren, bekeuren, neuzen in alle kasten, snuffelen in alle papieren. Hij zou, als in Rusland, van een geheime veiligheidsdienst willen wezen, iedereen ondervragen kunnen, rekenschap afvergen van al wat iemand deed, de bekentenis afdwingen waar ie vandaan kwam, wat dit bezoek beteekende, waarom, op klaarlichten

Sluiten