Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaten gewoonlijk de twee schilders en het meisje. Op dit uur — zij waren later dan anders — had men er, boven de vier verste tafeltjes, het gas reeds moeten ontsteken; dat gaf een onbehagelijken indruk van benauwde binnenskamersheid.

Jozette, uit gewoonte, haalde haar poederdoosje te voorschijn, overwaasde zich vluchtig wangen en hals; zij poefte even het roze blousje uit de hooge ceintuur en streek met twee vingers de bandeaux glad onder den breedgeranden, witten matelot.

— „J'ai eu de la peine a vous garder vos places," zei bits het schriele halfslagje, dat de servetten bracht; zij was boos, dat men haar niet gegroet had, wachtte met een verveeld gezicht op de bestelling van soep en wijn, en bleef eerst nog aan twee andere tafeltjes praten, voor zij haar onverschillig „trois perles du Japon, trois" door het luik van de keukentrap naar beneden riep.

Mokkend zaten de drie te wachten.

Aristide trok aan de kraag van zijn linnen jasje en schurkte ongedurig in zijn kleeren, omdat hij last had van zijn ondergoed, dat hij voor het uitgaan had aangetrokken. Toch was het niet bovenmatig warm in het zaaltje, waar men een zachten tocht liet neerkomen door de vele openstaande, matglazen luiken in het wit- en goud-beschilderde plafond.

Célestin zat beurtelings verbolgen te kijken naar den Rus, die aan het tafeltje voor hen at, een bleeke, donkere jongen, altijd alleen, met over zijn spannend satijnen vest de weeke goudlijningen van een fijnen vrouwenketting, — en naar de twee valige, oudachtige meisjes, aan het tafeltje verder, Deensche studenten, die thee dronken bij haar eten en onbekende dingen knabbelden uit een taschje, dat naast ze lag.

Het zaaltje was nog goed bezet; een wijking

Sluiten