Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gasvlammen aan; dat gaf plots iets feestelijks aan den doorkijk, en in het verhelderde licht glommen malsch-mollig groen de bergjes smeuïg moes op de drie week roze-roode, wit-omrande schijven ham.

„Eten wij niet?" vroeg Aristide eindelijk, nog

zwakjes en als onverschillig.

Jozette nam de leege borden voor zich en deelde de portie's uit; zij deed moederlijk lief, maar haar gezichtje bleef treurig.

— „Allons... Bibi..." zei ze. Zij streelde hem ter sluiks met groote teederheid over zijn wang en langs zijn kinbaardje.

Célestin verkruimelde zijn laatste brood naast het bord, waaraan hij nog niet begonnen was. Maar Aristide kwam weer opleven; hij zat te eten met Jozette's hand in de zijne; hij zuchtte verscheidene malen zwaar en diep en schonk zich nog een glas wijn in met water.

— „Misschien duurt de warmte ook wel niet," zei Jozette, zichzelf opmonterende; ,,'k zal 't nog wel eens probeeren..."

„Als je je maar bedaard houdt en weinig aantrekt, kun je veel verdragen," zei ze, wat later.

Dan schraapte zij voor Aristide de laatste groente van de schaal: „épinards au jambon" was zijn

lievelingskost.

Adelaïde, die de gezichten had zien opklaren, stuurde het halfwasje om te vragen voor het dessert. Zij beraadslaagden er met belangstelling over, zooals eiken dag.

„Finies," zei de nuf met een leedvermaakt,

snibbig smoeltje, als zij het eindelijk over aardbeien waren eens geworden.

Zij bejammerden in koor, dat de aardbeien op waren. Célestin, luidruchtig alweer, plaagde het

Sluiten