Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Gister heeft hij weer een badje gehad, Jeanne."

— „Madame verwent Coco."

— „En zou Coco dan nog wat lekker vogelkruidje krijgen, dat Jeanne weer meegebracht heeft?"

— „Gister, toen Madame uit was, heeft hij geroepen tot hij Madame weer hoorde op de trap."

Zoo, terwijl gedruischloos hun rappe voeten door de vertrekken haastten en hun rappe handen het werk gedaan tooverden, kwam bij tijdjes en wijlen hun stil-genoegelijk gepraat.

— „Bonjour Charlotte... bonjour Charlotte..." begon Jeanne dan vaak te fluister-roepen, den neuzigen stemklank van het dier nabootsende, tot het, van zijn stok gesprongen, den slanken, gaven, groen-en-even-zwarten staart omhoog, den kop in 't zand van den kooihoek, zijn zot, neus-schor: „Bonjour Chalotte... bonjour Chalotte..." aan het terugroepen ging.

Dat „bonjour Charlotte" was het eenige, wat de niet al te snuggere vogel op den duur onthouden kon. Zij noemden hem daarom ook wel zelf Charlotte, maar Jeanne wat stilletjes-verlegen, of ze een stoutigheid deed, want het was de naam van Madame.

En iederen morgen ook vond Jeanne nog wel het oogenblik over om lorre zijn klontje te voeren, en, haar kort-dik wijsvingertje tusschen twee tralies door gestrekt naar den hunkerend toegestoken vogelkop, het teere, opkruivende dons en de witvezelige schachtjes daaronder te krauwen. Soms, als het werk meeliep en het dier, in een bizonder bedaarde bui, met een wijsgeerigen snavel en stille ronde oogen op den middenstok van zijn kooi onbeweeglijk uit te kijken zat, liet Jeanne hem op haar vinger overstappen, bracht hem zoo, behoedzaam balanceerende, het traliehekje door en zette

Sluiten