Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan zijn bureau behoefde te komen. Wat later, na een langdurig wrijf-gerucht, was het weer stil: Monsieur rustte.

De vogel, in zijn kooi gezet, had eerst, bij de plotselinge luidruchtigheid, verdwaasd langs de tralies rondgekrauweld; dan, nadat Etienne de deur uit was, tot kalmte gekomen, was hij doodstil met vooruitgestoken kop gaan zitten luisteren naar het regelmatig gerucht in de andere kamer... Ten leste begon hij weer zijn noodenden roep.

Het was in die naieve liefde voor den papegaai, dat het werkelijk beschaafde vrouwtje, dat madame Lourty was, en het primitieve wezen, Jeanne Bonneau, die maar amper lezen en schrijven kon, een altijd open terrein van natuurlijke gevoels-aanraking vonden.

Madame Lourty was een Fransch-Zwitsersche van geboorte. Zij had te Genève op goede scholen gegaan, kende twee vreemde talen, had veel gedaan aan teekenen, aan muziek, aan botanie. Maar jong gekomen in een huwelijk, dat haar bijna enkel teleurstelling bracht, had haar ziel zich de kleine liefheden van het leven toegewend, en had zij geleerd ook daarin gelukkig te zijn. Haar smal, bleek en zorgelijk, fijn-blond gezichtje, droeg wel bijna altijd een glansje van inwendige vreê en gelijkmoedigheid.

Jeanne kwam uit een visschersdorp aan de kust van Bretagne. Op haar zestiende jaar, nauwlijks enkele woorden Fransch verstaande, was zij, in haar landsdracht, naar Parijs gekomen, als hulpverpleegster in het half-wereldlijke Hópital de la Miséricorde de Marie, dat door Bretonsche zusters bediend werd. Daar, binnen het zwaar-ommuurde ziekenhuis en zijn tuin, waar buiten ze nooit kwam, had aldra haar schuwe aard van wat bruut maar

Sluiten