Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem schafte. Soms, op mooie zomerdagen, gingen zij een middag naar buiten; dat was het genot van haar leven.

— „On se promène... on va bras dessus bras dessous... on se couche dans 1'herbe... Robert dort... moi, je regarde tout... puis on va prendre quelque chose... puis on retourne..." zoo vertelde ze vaak aan madame Lourty.

Robert verdiende flink geld met zijn werk aan de Hallen, maar zijn middagmalen buitenshuis en zijn veelvuldig verkeer, 's weeks, met zijn kameraden in de kroegjes van de Rue Coquilliers, verslonden niet minder. Jeanne vond dat billijk; een man moest niet kniezen; een man moest nemen wat hem toekwam; en getroost werkte zij haar dagen door, om bij te verdienen, wat er in het huishouden ontbrak. v

Als bij aangeboren overlevering uit haar aartsvaderlijk geslacht, had zij, onbewust, zichzelf een huwelijkscatechismus saamgesteld, waarnaar eens en vooral haar leven zich gericht had, en waarbij het Robert niet slecht verging.

Madame Lourty en Jeanne hadden veel gemeen; beiden waren zij stil, veel in zichzelf gekeerd, — peinzende de eene, droomende de ander — beiden rustig-opgeruimd van aard. Zij begrepen al eikaars kleine aanwensels, afkeertjes en teleurstellingen, al eikaars kleine opgetogenheden en verheugenissen. Madame Lourty dacht graag aan Jeanne's oer-eenvoudig instinct-gevoel voor haar man; Jeanne bewonderde madame Lourty in haar nooit aflatende, grootmoedige goedheid voor Monsieur, in haar nooit falende zorgen voor Etienne.

Tot het groote verdriet en de groote moeilijkheden van haar leven had madame Lourty door gééne uit-

Sluiten