Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lating of klacht ooit Jeanne ingeleid; maar Jeanne, met de verwonderlijk sterke intuitie, die haar eigen was zoodra zij veel van iemand hield, had alles geraden, alles begrepen vóór zij nog een maand bij madame Lourty in dienst was geweest. Zij, op haar beurt, had nooit een onbescheiden toespeling gemaakt, toch had madame Lourty van den aanvang af gevoeld dat Jeanne alles wist; en het vrouwtje, zoo trotsch-gesloten en schaamachtig altijd over haar eigen ongeluk, had zonder eenigen tegenzin, bijna als een natuurlijk iets, het indringen in haar leven dier andere geduld, ja aanvaard als een geheime verstandhouding, waarover nooit gesproken werd en die haar toch steun gaf.

Een enkele maal, in bizondere moeilijkheden, was het gebeurd, dat plots een van beiden iets zei, wat van of tegen elk ander om hevig van te schrikken zoo vreemd-schril zou hebben geklonken; zij, waren zóó vast doordrongen van hun ondergrondsche vertrouwelijkheid, dat maar even, vaag, en als weldadig bijna, het wonderlijke van dat eensklaps geuite hun had aangedaan.

Naar de kleine, dagelijksche bezwaren, die voortsproten uit het groote, waarvan men niet sprak, vroeg Jeanne met een kieschheid, die nooit voor madame Lourty het antwoorden moeilijk maakte.

— Neen... gister was het weer minder goed geweest met Monsieur... hij had niet naar zijn bureau gewild... zij was toen zelf naar 't Hötel de Ville gegaan, om hem ziek te melden...

— Waren zij onvriendelijk tegen Madame?

— Onheusch had men haar niet bejegend, maar ook niet aanmoedigend.

Haar angst, dat Lourty den een of anderen dag zijn ontslag zou moeten nemen, verzweeg zij; maar

Sluiten