Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jeanne kende dien angst, alsof er over gesproken was.

— Was dokter Besnard er weer geweest?

— Ja, en die had nog eens een nieuw calmant voorgeschreven...

Als de omstandigheid van het niet betalen van iets of het weigeren eener aangeboden quitantie, de nijpende geldmoeilijkheid, waarin madame Lourty telkens weer verkeerde, aan de oppervlakte bracht, dan was het Jeanne of de pijnlijkste plek van een wonde ergens in haar ruw wierd aangeroerd; toch was zij het, die dan vaak het juiste woord wist te vinden, om den uiterlijken schijn voor de meesteres nog te bewaren tegenover de dienstbode. Madame Lourty doorzag de kleine comedie en toch was zij Jeanne dankbaar voor dat reddende woord.

Het eenige, waarover madame Lourty, als zij tè overkropt was, zich wel openlijk beklaagde, dat waren de tallooze tergerijen van Carpentier en zijn vrouw.

— Gister had madame Carpentier haar weer afgesnauwd, omdat ze vijf minuten over tienen het beddekleedje buiten het raam had uitgeklopt... zij wist tocih, dat haar man ziek was, dat hij rust moest hebben, dat ze hem niet eerder had kunnen wekken... wat had ze die menschen toch misdaan?...

Een andere maal weer was Carpentier brutaal komen bellen: Monsieur Etienne had schandelijk vuile voeten gezet op den pas gestoften looper... of zij dan niet zorgen kon, dat hij beter zijn voeten veegde... Etienne was niet verder geweest dan bij de crémière naast de deur; Etienne had geen vuile voeten kunnen hebben.

Met een bitteren onwil tegen het volk uit de loge werd Jeanne door zulke verhalen vervuld, en

Sluiten