Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En tusschen die eetkamer en die keuken, tusschen die twee ruimten, volgepropt met stoffigen rommel, ging de schichtige bedrijvigheid van Jeanne, hier iets redderend, daar iets schoonmakend, zonder eenig vast plan of duidelijk bewustzijn van wat zij werkte of werken zou.

Haar oog was verstompt op het aanzien dier omgeving; een enkele maal, als bij plotselinge wakker-wording, trachtte zij wel iets van haar keurige preciesheid bij madame Lourty te brengen in haar werken bij Dutoit, zooals het haar ook wel, in bizondere afgetrokkenheden, overkwam, bij madame Lourty te gaan knoeien zooals zij dat bij Dutoit gewend was. Doch die verwisselingen waren niet veelvuldig. Madame Dutoit en madame Lourty, dat waren in haar denken, en in haar gevoel vooral, twee werelden, zoo volkomen afgescheiden van elkaar, dat zij-zelve er een geheel ander mensch in was.

Tegen elf uur ging zij het middagmaal bereiden. Zij deed dat op haar gemak en met zorg; zij dekte, diende madame Dutoit, die vijf van de zeven dagen alleen at, als monsieur Herz op zijn wijnreizen was; ze at zelf wat tusschendoor het roeren in de eene pan en het schrapen in de andere, nam af, wiesch het vaatwerk, stofte nog wat, stofte ook het „magasin," gaf groote plumeau-vegen langs al de doozen; deed dan het pijpelaadje achter de eetkamer, waar naast en boven de twee waschtafeltjes en een volgestapeld ledikantje, nog dozijnen kartonnen doozen in open kasten langs de muren waren gerijd.

Aan de slaapkamer alleen mocht ze niet komen; die deed madame Dutoit zelf... uit schaamte over haar vrije liefde met Herz, had monsieur Carpentier eens gezegd, toen hij met Jeanne nog goede vrienden

Sluiten