Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en eigenlijk ook geen „bon Dieu" was, want dat madame Dutoit het gezegd had... Het doktertje was toen in zoo'n onbedaarlijk geschater uitgebroken, dat Jeanne een langen tijd omzichtig bleef met haar uitlatingen... doch op den duur had de ernst, waarmee de vraag werd gedaan, en waarvan zij het potsierlijke niet voelde, haar toch verschalkt, en nog verbluft over een pas gehoord verhaal, moest zij weieens, op haar manier, haar hersens daarvan ontluchten... dan had Valency weer een anecdote te meer over madame Dutoit en haar meid. 'tWas trouwens de altijd terugkeerende vraag op zich zelf reeds, die het doktertje vermaakte.

En niet zelden gebeurde het of madame Dutoit. zoodra Jeanne weer boven was, vroeg op haar schamperst-heftigen toon — ze had een diepe minachting voor alle doktoren — „Et ce monsieur Valency... qu'est-ce qu'il voulait prétendre?"...

Jeanne was altijd maar blij, als zij, terugkeerend, de magazijndeur gesloten vond en daarachter, feloverredend, de stem van madame Dutoit klonk: „Du feutre rigide, m'sieur 1'abbé?... les bords pas trop relevés... Ceci vous ira... essayez, m'sieur 1'abbé... la... devant la glacé"...

De dagen, dat madame Dutoit's zaak het best ging, dat twintigmaal op een morgen Jeanne uit keuken of kamer te voorschijn moest schieten om pastoors en paters in en uit te laten, dat waren nog de rustigste voor haar. Gedempt, van achter de gesloten deur, klonk dan den ganschen morgen het haastige stok-tikkelen over den parquet-vloer, en bescheiden, donkerder onder de opgewonden vrouwestem door, kwam telkens even een mannengeluid: „Sans doute, madame... sans doute... mais pourtant.

Sluiten