Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het appartement had, volgens haar oordeel, niet het aantal kubieke meters inhoud, om voor het gebruik van één persoon ook maar een „kamer" te mogen heeten. Zij had er een hangkast van gemaakt; een el van elkaar af hingen daar altijd de kleeren van haar en haar man te luchten. Het groote vertrek op den tuin was haar eetkamer, zij sliep waar madame Lourty haar salon had, en de kamer daarnaast, als cabinet de toilette ingericht, heette „de badkamer"; er stonden een voetbad, een zitbad en een tub. Een salon hield ze er niet op na: salons waren stofnesten. Maar daar zij toch in den grond een gezellige vrouw was, zag, met al haar fanatieke drijverijen, het appartement er niet ongenoeglijk uit.

Jeanne had veel ontzag voor madame Bertin; niet de grootoogige verbijstering, die madame Dutoit over haar bracht, maar een kalm-waardeerenden eerbied; zij luisterde graag naar de lessen, die madame Bertin, in haar kraakwitte ventouseuseschort, half zittend op een punt van de keukentafel, haar geven kwam; den elleboog op de knie en den langen wijsvinger langs haar kin, terwijl in het knappe maar ietwat saaie gelaat met de stijfjes opgemaakte, donkerblonde haren, de grijze oogen tuurden, zat ze te doceeren alsof ze sprak voor een klasse van aankomende ziekenverpleegsters. En zoo Jeanne voor de verhalen van madame Dutoit al een duizelender bewondering had, deze begreep zij beter, omdat veel een vage herinnering in haar opriep aan 't geen zij vroeger leerde in het Hópital de la Miséricorde de Marie. Maar tegen madame Bertin zei ze dat nooit, omdat zij wel wist welk een minachting die had voor alles wat kwam van den kant der „dompsters en kloosterzotten."

Sluiten