Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de vrouw van den Duitschen professeur paste zij wonderlijke huishoudschorten in elkaar, 't Was vooral ook Jeanne, die uit haar verschillende diensten met pakken werk naar beneden kwam.

En nu, sinds eenigen tijd, wist iedereen ook van het trieste avontuur, dat haar al maanden lang in allerlei benauwenis hield: betrapt, aan het octrooi van Parijs, op 't smokkelen van een paar fleschjes drank, had zij een leelijke boete gekregen, had niet betaald; ze had op 't Stadhuis en aan 't Palais de Justice moeten komen, ze was niet gegaan; de zaak was nu aldoor nog „in handen der politie"... er werd al van gesproken dat haar boeltje zeker wel verkocht zou moeten worden... als het niet uitliep op erger...

Hoe eigenlijk de heele geschiedenis in elkaar zat, wist niemand, en madame Legüenne wist 't zelf nog minder.

Ze had daar gestaan in de holle visitatie-zaal van de Gare de 1'Est... plots, óver haar, een douanier: „Niets te declareeren ?"... Ze was de kluts kwijtgeraakt, hij had haar den koffer laten openen... toen was hij met groote graaien aan 't woelen gegaan, hoorde 't klokken in de kousen, waarin zij ze verstoken had, en haalde ze te voorschijn, de ongelukkige drie halve fleschjes brandewijn, die haar zuster, een uur voor de afreis, haar nog had toegestopt... Ze had gebeefd op haar beenen; er waren andere mannen in groene uniformen bij komen staan; toen een ouwe met zilveren banden om z'n pet... Of ze maar even wou volgen naar 'tkantoor...

— „Die alcohol blijft natuurlijk hier!" zei hij ruw. Ze had nog geprobeerd... ze had getracht, hem zoo lief mogelijk aan te kijken, zijn meelij op te wekken:

Sluiten