Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Nou maar, ik ging er heen," zei Carpentier, haar het papier teruggevend, ,,'t staat er duidelijk genoeg."

— „I k zal wel met je meegaan naar 't bureau," had de oude meid van monsieur Levèque goedig voorgesteld.

— Maar wat zou ze er dóen? vroeg Madame Legüenne, en wat wou het eigenlijk zéggen „tot een vergelijk komen..." ze was daar wel wat griezelig van...

— „Mensch," had de man, die over 't raam-hekje leunde, haar gewaarschuwd, ,,ga niet, het is een valstrik... hier kunnen ze je niets doen, dat staat in de wet, en op straat ook niet... maar als je daar bent, en je betaalt niet, dan „gijzelen" ze je."

Toen had ze haar papier nog veel belangwekkender gevonden; ze was slim thuis gebleven, en had er verder niet meer van gehoord.

Zes weken later, onverwachts, was de „Dagvaarding" haar op 't lijf gevallen. Thuiskomend van een boodschappen-middag, had zij door 't loge-venster al het wonderlijk-onheilspellende gezicht van Carpentier gezien; open, zonder envelop, lag daar op tafel het grimmige stuk. — De Carpentiers hadden wel meewarig gedaan, maar ze waren toch ook alles behalve gesticht over de zaak en Hortense zei haar vierkant, dat 't voor hén niet alles was, menschen in huis te hebben, die met de politie te doen kregen, en een deurwaarder in de loge, dat hadden zij nog nóóit beleefd...

— „Maar wat dan... wat is het dan eigenlijk?" had zij gestameld.

— „Wat dat is ?" haalde Carpentier haar voor het papier en wees bij met zijn vereelten vingertop: „Administration des Contributions indirectes... Ville

Sluiten