Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hing; op een stoel bij de deur; tusschen de pendule en één der coupes op den rood-bekleeden schoorsteen; in een „bibliothèque tournante" bij het open cylinder-bureau, dat zelf als een gulzige oven was van stapels boeken en papieren.

Daarvoor zat en schoof zich driftig öm met zijn stoel een levendige meneer in een grijs-gespikkelde pandjesjas; een vuurrood dasje vlekte onder zijn grijzen puntbaard, dun-kroezend over zijn ruw-roode wangen; weerszij zijn licht gekromden, ondeugenden neus, ging, in zijn ietwat puilende oogen, het beweeglijk zwemmen der fel-bruine pupillen.

— „Gaat u zitten," zei hij, „u wenscht?"

Zij zette zich voorzichtig op een Weener stoel naast den schoorsteen en keek hem troebel aan.

— „Monsieur le comte de Maranaud... ach, ik ben den tweeden naam vergeten," zei ze, „die heeft me geraden..."

— „De Maranaud Périgord... ?"

— „Oui Monsieur..."

— „De député van de Haute Marne...?"

— „Oui Monsieur..."

— „En u hebt 't met den fiscus aan den stok ?"

Ze zag hem verward-vragend aan...

— „Met de belastingen? of gesmokkeld?... Natuurlijk, en dan stuurt Monsieur le Député ze naar Monsieur le Conseiller municipal... Vertelt u maar 's even; zoo kort mogelijk."

Achterover in zijn stoel, de beenen onder zijn schrijftafel gestrekt, het hoofd wat op de borst gezakt, mee-knikkend nu en dan, telkens snel haar woorden aanvullend, zat hij te luisteren.

— „Ah!... oui!" riep hij dan, voor ze nog goed klaar was met haar verhaal, en wendde zich weer naar haar toe, „ja-ja, ma bonne dame... dat komt

Sluiten