Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlangen, de aandoenlijke en belangwekkende rol, die ze plotseling zich zag toebedeeld, te doen voortduren, zei ze, met een grooten drang van schijnbaar diep-meewarige hulpvaardigheid:

— „Peut-êt' que m'sieur Darty a d'importantes connaissances parmi ces messieurs..."

Madame Legüenne zuchtte.

— „Wacht, ik zal even telefoneeren..."

Zij rees op en de ook van voren op den grond om-plooiende japon met twee sierlijk gebogen handen op-grijpend, liep ze tikkel-vlug naar haar salie a manger.

Madame Legüenne, met boven veel verwarde gedachten een ijl-popelende hoop, waarachter een kwijnend gevoel toch van het onnutte al dier bezoeken niet weg wou, zat naar buiten te staren zonder te zien, hoorend het telefoon-gerinkel en -gesprek, zonder dat het tot haar doordrong.

— „...écoute, mais tu connais peut-êt'... hein?... réfléchis bien... alors... non, elle est encore la... adieu..."

— „Nee," was 't heesch-verre antwoord geweest, „ken niemand van 't octrooi... ach welnee, hoe zou ik nou; wat haal je aan?" —

Ze kwam weer binnen.

— „Meneer zal er over praten..." loog ze benepenvriendelijk. Ze voelde zich opeens ontnuchterd en uit de situatie... Madame Legüenne was opgestaan; ze zag er arm en raar, maar niet ongedistingeerd uit; ze was hier in de meest vernederende omstandigheden en toch had de andere een onaangename gewaarwording plots, of z ij de mindere was.

— „Kom, ma chère," zei ze, en lei haar flonkerende hand op Gabrielle's schouder, „alles zal nog wel goed afloopen..."

Een huis vol menschen. 8

Sluiten