Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Carpentiers, eerst heftig met haar mee öp in de wisselvalligheden van haar avontuur, en genietend van het romantische „drama," waarbij zij, gemeenschappelijk met een hoog-adellijk kamerlid, den Parijschen gemeenteraad en een chique demimondaine, betrokken waren, — keken haar nu weer met kwade oogen de loge uit.

Toen het Vrijdag werd, had hun opnieuw de wrevel beslopen over de waarschijnlijke schande in huis, van deurwaarders en politie-agenten, en den meubel-rommel, dien ze morgen of Maandag over hun pas gecireerde trappen zouden krijgen. Carpentier had haar met alle geweld nog naar andere menschen willen hebben. Waarom ging zij nu zelf niet eens naar den sénateur? Zij moest zich vooral maar op madame Bonneau verlaten...!

Een kwartier later kwam hij alweer naar beneden geloopen: — nti was hem een licht opgegaan... drie huizen van „le 118" — dat hij daar niet eerder aan gedacht had! — woonde een bekende journalist, en nog wel een van de „Action!" Daar had zij toch wel van gehoord ? dat was dat blad van de libre-penseurs! De regeering beefde voor de Action, zoogoed als voor de Lanterne, dat had hij laatst nog in de Patrie gelezen... Och kóm? wat „och kom!" Wist zij dan niet, dat heel Frankrijk door de journalisten geregeerd werd? Als dat geval van haar in de krant kwam, öf dan dat octrooi-volk in zijn schulp zou kruipen!

Zij had beslist geweigerd: — zij ging géén visites meer maken; het was immers tóch te laat...

— Het was niét te laat, dwong Carpentier; die deurwaarder had gezegd „acht dagen;" Maandag waren de acht dagen om, niet Zaterdag, ze zou het zien...

Sluiten