Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook, draaide schuin-op zijn dikke kopje en tipte twee sprongetjes nader bij.

Daar haalde Aristide de overgeschoten punt van hun fluitbrood uit zijn zij-zak, en dat teeder-vroolijk uchtendfeest begon, dat de liefste natuur-vreugd is van den Paxijzenaar.

Terwijl zij het brood nog maar verdeelden, vlogen reeds de stoutmoedigsten op, bleven even op trillende vlerkjes vragend vóór hen in de lucht, streken weer neer...; andere, met een hoogen tsjilp, hipten tot vlak voor hun voeten; en als zij dan de eerste brokjes voor zich omhoog wierpen, was het een op-gesnor als van vuurpijlen, tien, twaalf musschen tegelijk, die zich mikten naar de snelle witte kruimvlok; wie 'm snapte, repte zich een eindweegs er mee weg, flapperde dan weer nader...; uit de bosschage schuin boven hun hoofden zwierven er telkens nieuwe neer, en andere, vanuit het dichte lagere struikgewas, tusschendoor de geraniums van den daarrond gaanden bloemenrand, kwamen nieuwsgierig aangehupt.

En aldoor vlogen de teer-witte flinters de lucht door, opgepikt vaak door die op den grond zaten, terwijl er enkele, vergeefs, zich fladderend hielden omhoog. Maar dan weer, slag op slag, ving één van de opgeruchte vlucht den brozen kruim. Soms gooiden ze er opzettelijk naar beneden voor Bouboule, die slecht vliegen kon zonder zijn staartje, en het pintere vogelijn, des te vlugger ter been, was er bij in een wip.

Zij, twee kinderen gelijk, waren blij, wanneer 't hun stukje was, dat ter vlucht werd weg-gesnaveld; ze waren jaloersch op elkaar als 't eens een beurt of wat den één voortdurend lukte en den ander niet; en zij pochten naïef-verrukt op eigen be-

Sluiten