Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Roubaix gekregen en bij Millot, den épicier schuin over hun huis, zochten zij bosjes versche radijs uit en tomaten voor een slaatje... zij kochten malsche sneedjes galantine of Yorksche ham, of een gebraden konijneboutje, en wat vruchten voor het dessert: een fijn dejeuner'tje! — in schraler dagen deden zij het met een paar plakken „fromage de porc" of een portie jambonneau. Nu staken zij nog over naar de crèmerie naast de deur, voor het stukje Roquefort of den „petit gournay," waar Jozette zoo van hield.

Voor de huisdeur talmden zij even, als er iemand in de gang was... dan, bij de trap, kusten zij elkaar. Jozette ging naar boven en Aristide daalde af naar den tuin.

Zacht fluitend liep hij de treden omlaag; hij voelde zich weelderig als een prins... zoo, in verfijning te proeven het goede leven, een mooi, heerlijk vrouwtje te hebben, een lief thuis, wat te werken... Hij was maar het heertje! Parijs was maar een goeie stad!... Ze moesten 'teens weten in Roubaix...!

Beneden vond hij Célestin in woedenden ijver al bezig, haastend om klaar te komen uit nijd tegen dien tuin... belachelijk, meende Aristide; kalmpjes schikte hij zijn spullen, toog op zijn dooie gemak aan den arbeid en werkte rustig voort, genietend zoo veel hij kon van het genot daar buiten te zijn — en hij schoot nog gauwer op dan Célestin, die in zijn geh o ld erde bolder telkens misteekende, wat dan weer een langdurig en geduldig herstellen noodig maakte.

En om twaalf uur ging Aristide naar boven, waar hij alles proper vond en opgeruimd en den maaltijd wachtende; inwendig koel van de lange, stille uren in de open lucht, voelde hij wel de hitte, maar

Sluiten