Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die tastte hem niet dadelijk aan; hij at goed, nam soms nog een restantje mee naar den tuin.

Doch Jozette had gewoonlijk al geen eetlust meer; zij was, den morgen door, in hun kamertje aan het bedisselen geweest om alles in de puntjes te hebben, zij had zich gedwongen wat naaiwerk te doen, soms had zij Aristide's witte jasje en een blouse voor haarzelf gestreken, — 't geen haar wel bijna te zwaar viel in die atmosfeer, maar véél bij de fijne waschvrouw geven werd te duur. Een weinig verveeld, omdat zij een werkzamen aard had, en toch ook weer blij, dat er niets meer te doen bleek, — zij was zoo moe —, ging zij haar courant lezen. Om elf uur zat ze vaak al te wachten met het klaarstaande maal; zij probeerde een stukje te eten om Aristide gezelschap te houden, verzaadde zich bijna enkel met vruchten en sla... Later, als hij weer vertrokken was, poogde zij in een luchtig jakje wat te slapen op de rustbank; werd de hitte te ondraaglijk, dan maakte zij koelte van tocht tusschen open deur en raam... maar sinds den middag, dat zij monsieur Lourty met zijn wonderlijk blauw-brandende oogen had zien komen op het portaal en het gangetje inloeren naar hun kamer, dorst zij die deur niet meer open te laten, en achter den zorgvuldig ingeschoven grendel lag zij te kampen tegen de benauwenis, die van het lage plafond op haar neer woog als een verstikking... tot eindelijk de uitgang naar het restaurant en de avond buiten weer wat lafenis gaf.

II.

Zoo gingen de dagen om en liep de Julimaand op zijn eind.

Sluiten