Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ruime, frissche balcon... dat was misschien... Ze hield zich voor, hoe de Giraud's maar voor één kamerbreedte balcon hadden met hun drieën, de modistetjes één kamerbreedte met hun tweeën... Zij, voor zich alleen, had 't dubbele... ^Vaarom moest zij, oud mensch, het dubbele hebben? Zij alleen een balcon, waar wel tien menschen op zitten konden...

„Wat een lieve roosjes" — zei ze vaag; Jozette glimlachte terug.

En wat een keurig kamertje was het hier, dacht ze weer; wel een beetje anders dan bij iedereen, maar toch keurig... en dat blauwe gordijn, daar sliep misschien die schilder achter... 't gaf haar onbewust een gewaarwording van welvoeglijkheid, Jozette op die rustbank te zien liggen.

Wel was ze lichtelijk verontrust, dat er een doek over dat groote schilderij hing... doch daar bekommerde ze zich dan verder maar niet om.

Zij veegde zich de in straaltjes verloopende zweetpareltjes uit de voorhoofds-hoeken weg, dacht aan de koelte in haar eigen kamers...

„Liefje" zei mademoiselle Villetard, „wil je je aankleeden en bij mij buiten komen zitten... lekker buiten zitten?... Trek maar een peignoirtje over je nachtpon heen..."

Even schrok Jozette van dat ongedacht aanbod; ze weifelde... wat zou Aristide ervan zeggen? Dan zag ze het oud mevrouwtje aan, dat zoo gulafwachtend naar haar keek; er kwam vreugde in haar oogen, zij knikte van ja, maakte, beschroomd, een beweging van dadelijk te willen opstaan.

Toen had, op haar beurt, ook mademoiselle Villetard weer een schrikje van schroomvalligheid... ze kon toch niet bij het uit bed komen en aan-

Sluiten