Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sluiting, om maar buiten te zijn... elke vijf minuten ging zijn stem de straat over, naar allerlei overkantmenschen, die ze niet zag... dan hing hij maar weer met zijn breeden rug in een kozijn-inham te dutten als een poes in een hoekje warme schaduw...

Schuin tegenover, een fa5ade of vier verder de straat in, was de winkel van Millot, waar, in het open zijvak van het laag-gezakte zonne-zeil, nog juist een hoek der buiten-uitstalling te zien kwam: de manden opgetast fruit of de groote bennen met blinkende bladgroente; soms was daar ook het pintere rood der bosjes radijs of 't voos-mat oranje van een stapel tomaten, en des Vrijdags, op de blank-geschuurde plankjes, de zilverglinstering der versche visch. Den ganschen morgen door ging daar het af-en-aan en in-en-uit-gedrentel der koopers, het drukke gedoente der „femmes de ménage" met 'r groote klapmanden, het gedraai en gedring om de schaal waar gewogen werd, en tusschen dat alles door, het draven van de drie wit-geboezelaarde knechten en van Millot zelf met zijn zwart kalotje op... bij tijden kwamen, als van heel ver, hun stemmen overklinken uit de ijl-warme steenen diepte der straat: „attendez! on vous sert!..." of het getallen-afroepen naar binnen, naar de caisse: ,,un-vimgt-cinq.. .deuxsoixante..." Dan was het weer een vaag gerucht met soms een hoogen vrouwelach daardoorheen.

Een bizonder vreugdetje was het Jozette altijd, als er een bloemen-verkooper voorbij ging; heel in de diepte van het trottoir deinde de draagkorf van den duikenden venter, vol helle vlekjes en streekjes kleur, van bevende roode-rozen-takken of van vlammende gladiolus, vol blanke schijnsels van lelietuilen of van rozig-witte pioenen... ze boog wel over het hekje heen als om nog iets op te

Sluiten